Posts tonen met het label therapie. Alle posts tonen
Posts tonen met het label therapie. Alle posts tonen

vrijdag 20 februari 2009

Hendrickxtherapie

Hendrickx gaat er van uit dat de lichamelijke (on)evenwichten een grote rol spelen in het functioneren van een kind op school (en elders). Ze spelen mee in het ontstaan van faalangst, onderpresteren, en hebben effect op het voorkomen van leerproblemen. Ze kunnen ook een grote rol spelen in de manier waarop een kind zich gedraagt als het geconfronteerd wordt met tegenvallers.
Een goede senso-motorische integratie kan veel problemen oplossen of voorkomen. Het kind heeft meer evenwicht, het voelt zich niet langer "verraden" door zijn/haar lichaam, en verwerft meer zelfvertrouwen.Bij de meeste kinderen is de samenwerking tussen linker- en rechterhersenhelft vanzelfsprekend. Bij een aantal kinderen is dat echter niet zo vanzelfsprekend. Dat levert soms problemen op, bij allerlei situaties waarin geautomatiseerd moet worden. Bij rekenen, schrijven, lezen maar ook bij traplopen, aankleden, tandenpoetsen, fietsen enz.Dan lijkt een kind zo slim te zijn en er komt maar niets uit. Verbaal heel sterk, maar o, zo'n kluns en dan zo slordig en ongeconcentreerd enz.
Hoe helpt sensomotorische integratietherapie hierbij? De beide hersenhelften leren samenwerken, het kind leert tot bepaalde hoogte om te automatiseren, daardoor gaat het tempo omhoog en worden de prestaties beter. Dat geeft succeservaringen waardoor het kind meer zelfvertrouwen krijgt en risico durft te gaan nemen.


Bron: Hoogbegaafd Vlaanderen, http://www.hoogbegaafdvlaanderen.be/00_Home/links_paginas/Hendrickx.html

Meer info: www.vkohendrickx.be/

Fasciatherapie

Aanvankelijk enkel onze zoon - later ook de andere kinderen en ikzelf - volgde gedurende een drietal jaren fasciatherapie. Hierdoor bloeide hij langzaam maar zeker helemaal open en werd een zelfbewust en zelfzeker kind, dat goed in staat is tot zelfreflectie en in toenemende mate ook tot zelfregulering.

Fasciatherapie is een manuele therapie die inwerkt op alle structuren van het lichaam (bot, gewrichten, gewrichtsbanden, spieren, arteries, hart, longen, ingewanden...) en meer specifiek op de "fascia’s", dunne membranen die, als een spinnenweb, al deze elementen als het ware inwikkelen en onderling verbinden.

De fascia’s hebben verschillende functies : ze begeleiden de beweging, het is de plaats waar voedingsstoffen voor het lichaam uitgewisseld worden (homeostase), ze staan eveneens garant voor een goede zenuwgeleiding en spelen een rol in het neuro-endocriene en immunitaire systeem. Het ononderbroken karakter van de fascia’s draagt bij tot de eenheid van het lichaam, maar verklaart eveneens waarom een probleem in een bepaald deel van het lichaam secundaire problemen op afstand met zich mee kan brengen.

De fascia’s zijn zeer gevoelig voor alle vormen van fysieke, psychische of biologische agressie. Tijdens een stresssituatie verkort de fascia zich, crispeert hij zich. Deze aanpassingsreactie is in principe omkeerbaar, maar vaak nestelen deze spanningen zich en verstoren daarbij het algemene evenwicht van het organisme. Door deze bijzondere vorm van lichaamsgeheugen worden fysieke en psychische trauma’s ingeschreven en bewaard in het lichaam, buiten ons weten om. Er ontstaat een vorm van kwetsbaarheid, die aan de basis van meer ernstige pathologieën kan liggen.

De fascia’s, alsook alle lichaamsstructuren, worden geanimeerd door een langzame beweging, bron van vitaliteit. Deze levendige activiteit van ons lichaam garandeert bewegingsvrijheid in onze gewrichten, comfort en vitaliteit in onze bewegingen.

De fasciatherapeut kan dankzij een training van zijn eigen waarneming, deze niet-zichtbare en vitale activiteit, die zich uit in de vorm van een interne beweging, leren opvangen. Op die manier kan hij een precieze balans opmaken van de beperkingen en het potentieel aan beweging bij zijn patiënt. Zo is hij in staat om op hetzelfde ogenblik spanningsvelden op te merken en om de coherentie en het interne ritme te herstellen.

De fasciatherapeut bevrijdt op die manier alle elementen en verbetert de dagelijkse beweging in verschillende richtingen. De fasciatherapeut past zijn behandeling aan aan de functionele vraag van het lichaam van de patiënt, dit kan gaan van een drainage tot een bewegingscorrectie.
Fasciatherapie is een manuele therapie die de zelfregulerende krachten van het organisme aanspreekt. De gezondheid van de patiënt herneemt zijn koers en de patiënt verkrijgt een nieuw evenwicht.

Alle vier hebben wij het weldoende en diep werkende effect van deze therapie ervaren. Zelfs mijn man, de nuchterheid in persoon, zag en erkende het resultaat. "Onze" fasciatherapeute is tegelijk ook gediplomeerd kinesiste en hendrickxtherapeute.

Meer info (en bron van bovenstaande tekst): http://www.fascia.be/

woensdag 18 februari 2009

Wat voorafging: de (weg naar de) diagnose I

Een nieuwe school en eerste hulplijnen

Op 1 september stapte zoon zonder dralen de deur van zijn nieuwe school en het eerste leerjaar binnen. Een hele stap, maar we zagen de toekomst zonnig tegemoet. Eindelijk zou hij echte vriendjes kunnen maken, en zich ten volle, ook cognitief ontplooien. Dit voelde juist en goed. Op het einde van die eerste dag, tijdens de startreceptie, waarop zoon vrolijk rondliep, reageerde de juf erg positief. Zoon had gewoon meegedaan en met de andere kinderen leek het best te klikken.

Amper een week later klonk er een ander lied: zoon leek geen inzicht te hebben in het begrip "klank" en het verband "klank - letter". Of er misschien auditieve problemen waren?

Enkele maanden later trokken we zelf aan de alarmbel: thuis gedroeg onze zoon zich intussen onmogelijk, het lezen lukte hoegenaamd niet en tussen hem en de klasgenootjes liep het al helemaal mis. Stilaan begon het ons te dagen dat er misschien meer aan de hand was dan een sterk en koppig karakter en een verlengde peuterpuberteit. Intussen hadden we al een paar hulplijnen ingeroepen, want de situatie thuis werd langzaamaan onhoudbaar, voor hem, voor ons en zeker ook voor onze twee andere, jongere kinderen. Woedebuien volgden mekaar met de regelmaat van de klok op, elke ochtend en elke avond werd er geroepen en getierd - door iedereen... Zo kon het niet verder.

Een overzichtje van die eerste hulplijnen, en hun effect:

- Fasciatherapie: deze allereerste therapie werd meteen ook de effectiefste en langste. Uiteindelijk heeft zoon ze gevolgd vanaf de derde kleuterklas tot het midden van het derde leerjaar. Langzaam - heel langzaam, het gaat om een proces dat zijn tijd nodig heeft - zagen wij onze zoon veranderen van een bange en boze kleuter tot een redelijk zelfbewust en soms ook zelfzeker kind. De therapie vond aanvankelijk (een jaar lang) wekelijks, daarna tweewekelijks en uiteindelijk maandelijks of 6-wekelijks plaats. Naar het einde toe werd ze ook gedeeltelijk vervangen door hendrickxtherapie om de motorische en cognitieve struikelblokken aan te pakken. Wij zijn, als relatief nuchtere mensen, absoluut aanhanger van deze therapie(ën)!

- Bezoek aan een orthopedagoog: Deze banaliseerde de problematiek en vond het feit dat zoon zich op school (aanvankelijk) rustig gedroeg, zonder woede-aanvallen, een bewijs dat er niets structureels aan de hand was. Wij en onze omgang met zoon waren het probleem dat moest worden aangepakt. Op dat moment de wanhoop nabij geloofden we hem en gingen dapper naar de wekelijkse praatsessies, waar we tips kregen om beter met onze zoon te leren omgaan. Na anderhalve maand hebben we deze therapie opgegeven. De schuldinductie lag ons te hoog. We kregen het gevoel als ouders gefaald te hebben en dat idee verlamde ons; en ook al waren de tips op zich achteraf gezien wel in orde en toepasbaar, toch hadden ze niet het beloofde en verhoopte snelle effect op het gedrag van onze zoon. Belonen ging vb. goed en wel, tot hij in een crisis raakte. En op zo'n moment bleef hij even onbereikbaar en onstuurbaar als tevoren. Eén kleine, onaangekondigde verandering in de dagplanning of de dagelijkse gewoontes en we stonden terug bij 0. En dat alles door een verkeerde manier van opvoeden?!

- hulp van de familie: we kregen (en krijgen) gelukkig veel hulp van de familie, in hoofdzaak dan van de grootouders. Regelmatig konden de kinderen bij hen terecht, en mochten wij even op adem komen. Toch bleek zo'n logeerpartij voor onze oudste zoon vooral tijdens zijn kleuterjaren niet altijd een zegen. Hij genoot hier weliswaar erg van, maar achteraf kregen we vaak een boos, opstandig kind terug, en verdween de vernieuwde energie al heel snel als sneeuw voor de zon.